Vroeger en nu

RokStories Feature

Het museum is een samensmelting van het raadhuis (rechts) en het kantongerecht (links). Van het raadhuis is een bestek uit 1852 (tekeningen ontbreken) wat aangeeft dat er op dijkniveau twee wachtkamers, een gang en een grote zaal zouden komen. In het souterrain waren de secretarie, een spreekkamer, een portaal, een gang, een oppassers woning en twee gevangeniscellen gepland. Voor 1853 werden de boeven in een gevangenen kamer in de kerktoren opgesloten, vanaf 1853 dus in het raadhuis.

De onderste bouwlaag bestond enkel uit bergplaats.

Het bouwbestek maakt geen melding van een inpandig toilet, het buitentoilet stond vermoedelijk achter in de tuin.

Deze indeling van het raadhuis vinden we niet terug in de boeken van ir. W. Bos. Zijn omschrijving komt meer overeen met het verbouwbestek uit 1908, waarin we op dijkniveau de burgemeesterskamer, een bodekamer en een grote zaal aantreffen. In deze zaal was de secretarie gevestigd, werden huwelijken bevestigd – de ambtenaren kregen dan even vrijaf - en vergaderde de gemeenteraad. Het onderhuis is tijdelijk door burgemeester van Hattem als woning gebruikt. Toegang tot de woning was via een deur in de stoep ten oosten van het raadhuis. Het onderhuis was ook met een trap bereikbaar vanuit de bodekamer. Nadat de burgemeester verhuisd was werd onderin het raadhuis de secretarie en het politiebureau gevestigd. Dit was goed mogelijk doordat de burgemeester slechts werkte met één klerk en één bediende en het gehele politiekorps uit twee veldwachters en drie klepperlieden bestond. Toen de politie een eigen politiebureau in de Kerkbuurt kreeg en het secretarie naar de raadzaal verhuisde ging de gemeentebode onderin wonen. In 1923 raakte het pand zijn functie als gemeentehuis kwijt en werd het gebruikt voor andere activiteiten.

Omstreeks 1958 dreigde het pand, toen in gebruik bij het Leger des Heils, gesloopt te worden. In 1958 werd het Comité Sliedrechts Museum opgericht, die het pandje in 1962 kocht. In 1964 verlieten de laatste bewoners de benedenverdieping en sinds die tijd huist het Sliedrechts Museum in het oude raadhuis.